Natuurblog

Natuurblog

Ons natuurblog is een verzameling van studies, bedenkingen, observaties over onze natuurgebieden, over soorten, over allerlei interessante onderwerpen. 


Met het warme weer van de voorbije weken is het libellenseizoen van start gegaan. Ondertussen, einde april, staat de teller op 8 waargenomen soorten (inventarisatie libellen KvS). De Glassnijder, de Vroege glazenmaker en Variabele waterjuffer zetten we graag in de kijker.


Samen met compaan Hubert de Bock zoeken we overal in het Waasland al zo'n 30 jaar akkers af op zoek naar archeologische sporen. Hierbij treffen we regelmatig fossielen aan. Meestal bleef dit bij een stukje fossiel bot of hout en de occasionele haaientand. Op sommige akkers bleken echter concentraties aan haaientanden te liggen. Mijn liefde voor oude dingen is begonnen door als kind naar haaientanden te zoeken in de kleiputten van Tielrode en Steendorp, thans als oude man keer ik terug op mijn stappen. We zullen twee vindplaatsen bespreken, één langsheen de spoorzate / Watergang van de Hoge landen te Kemzeke en één langsheen de Loeverbeek in de Loeverstraat te St-Gillis-Waas.


In 2013 werd Amanita simulans voor het eerst op naam gebracht in Vlaanderen, in het Steengelaag in Stekene. De soort werd gevonden door Hugo De Beuckeleer en op naam gebracht door André Fraiture. Zij maakten hierover vervolgens samen een publicatie in het tijdschrift Sterbeeckia van de KVMV.

Deze recent beschreven soort (Contu, 2001) blijkt nog steeds weinig bekend bij mycologen. De soort werd mogelijk verward met Bleke amaniet (Amanita lividopallescens) en Grijze slanke amaniet (Amanita vaginata), omdat hier in de gebruikte literatuur nog geen sprake van was. Een officiële Nederlands naam is er nog niet, maar een naam als ‘dubbelgangeramaniet’ zou in de lijn liggen van de wetenschappelijke naam (simulans = veinzend, simulerend).


Of je nu een grote of een kleine tuin hebt, er is niet veel nodig om van je tuin je eigen mininatuurgebied te maken. Om meer dieren in je tuin te krijgen zijn voedsel, beschutting en afwisseling belangrijk.


We ringen onze kerkuilen om een idee te krijgen over de migratie, de leeftijd, de sterftegraad, de voedselgewoonten en andere gedragingen. De ring is gemaakt van metaal of kunststof en voorzien van een uniek identificatienummer (1 letter en 6 cijfers). De ringen zijn naadloos, waardoor de vogels er zo min mogelijk last van hebben. In regio Waasland – Noord is er een samenwerking tussen de uilenwerkgroep Waasland en de erkende ringer Tim Audenaert. Enkel iemand met een ringvergunning mag de vogels ringen en kan de speciale ringen bestellen.


De steenuil is onze kleinste uilensoort in de Benelux. Het is een klein uiltje van ongeveer 21 tot 23 cm. De steenuil heeft een platte kop met felle gele ogen en heeft aan de bovenkant bruine veren met lichte vlekken. De steenuil heeft het liefst een landschap met weilanden, knotwilgen, fruitbomen en oude schuurtjes. Bloemrijke weilanden zijn een echt muizen- en regenwormparadijs, dus daar vindt hij veel voedsel. Knotwilgen, fruitbomen en schuurtjes hebben dikwijls holletjes waarin de steenuil zijn jongen kan grootbrengen. De steenuil is ook dikwijls overdag actief en is te zien op knotwilgen of weidepaaltjes. De meeste mensen zien hem echter niet, omdat hij zo klein is. Als hij op een paaltje zit is het net of dat gewoon wat langer is.

Het Sint-Jacobsgat is gelegen op een stuifzandrug ontstaan na de jongste ijstijd op de tertiaire zandbank. Aan de rand van deze duinen was er tot de Middeleeuwen een veenmoeras. Veen en zand werden bij de grote overstromingen en militaire inundaties (15de tot 17de eeuw) overspoeld met klei en zand. Bij een van deze stormvloeden brak de Krekeldijk door en ontstond er een kleine doorbraakgeul ter hoogte van het perceel naar de Turfbankenpolder. In 1627 werd de dijk terug hersteld met een kraag rond deze geul. Het perceel werd daarna gebruikt als wei- en akkerland met moerassige stroken op de laagst gelegen delen. De doorbraakgeul bleef bestaan tot 1977 toen hij bij baggeringswerken werd opgevuld. Tot 1980 was het in gebruik als weiland, daarna als akkerland. De aanplant van populieren rondom het perceel dateert van deze periode. 

Een in 2005 aangekocht akkertje in het natuurgebied langs de Kieldrechtse Watergang te Meerdonk werd aanvankelijk met winterkoren ingezaaid. Het opgekomen graan bleef op de akker staan als wintervoedsel voor akkervogels. De vele opgeschoten akkerdistels gaven aanleiding tot klachten van boeren waardoor we genoopt werden dit akkerbeheer te verlaten. Het waren trouwens ook niet de beoogde gorzen, mussen en vinken die graan kwamen eten maar vooral fazanten, grauwe ganzen en houtduiven. Uiteindelijk kozen we voor het inzaaien van een bloemenmengsel voor bijen en vlinders, geoogst in een 35 jaar oude natuurtuin. Er is één jaarlijkse maaibeurt in het najaar. In de toekomst zullen we om de twee jaar maaien.